ECLI:NL:RBSHE:2001:AD6567
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing aanschrijving beëindiging huisvesting seizoenarbeiders in voormalig klooster
Verzoeker kocht een voormalig klooster met de intentie om daar seizoenarbeiders te huisvesten. Na controles schreef de gemeente verzoeker op 12 april 2001 aan om het gebruik als logiesgebouw te beëindigen, wat tot bezwaar en een voorlopige voorziening leidde. De gemeente trok dit besluit in, maar vaardigde op 1 juni 2001 een vergelijkbare aanschrijving uit.
Verzoeker stelde dat het huidige gebruik in overeenstemming was met het bestemmingsplan en dat de nieuwe aanschrijving onrechtmatig was omdat er geen gewijzigde omstandigheden waren zoals vereist in artikel 6:18, derde lid, Awb. Ook was de termijn onredelijk kort en waren verzoekers belangen onvoldoende meegewogen.
De president oordeelde dat het nieuwe besluit inhoudelijk overeenkomt met het ingetrokken besluit en dat het gewijzigde inzicht van de gemeente geen gewijzigde omstandigheid vormt. Het besluit is naar voorlopig oordeel in strijd met de wet en zal waarschijnlijk in bezwaar worden vernietigd.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de huisvesting seizoenarbeiders in het klooster is geschorst wegens vermoedelijke onrechtmatigheid.