ECLI:NL:RBSHE:2001:AD7547
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Droesen
- Boersma
- De Vries-Leemans
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak wegens fiscale afdoening
Verzoekster werd verdacht van valsheid in geschrift en het doen van onjuiste vennootschapsbelastingaangiften over de periode 1992-1998. Na een gerechtelijk vooronderzoek besloot de officier van justitie op 30 mei 2000 tot niet verdere vervolging, met de vermelding dat fiscale afdoening prevaleert.
De rechtbank beoordeelde of deze kennisgeving betekende dat de strafzaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, ondanks dat een bestuurlijke boete kon worden opgelegd. De rechtbank concludeerde dat de bestuurlijke boete niet als voortzetting van de strafprocedure geldt en dat de strafzaak derhalve was beëindigd.
Op grond hiervan en artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering werd verzoekster een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toegekend. De rechtbank achtte de gespecificeerde kosten redelijk gezien de complexiteit van de zaak en trok de btw af omdat verzoekster deze als ondernemer in aftrek had gebracht.
De vergoeding werd vastgesteld op ƒ 220.985,12 en uit 's Rijks kas toegekend. De beslissing werd genomen door de raadkamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 21 december 2001.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een vergoeding van ƒ 220.985,12 voor kosten rechtsbijstand toegekend na beëindiging strafzaak wegens fiscale afdoening.