ECLI:NL:RBSHE:2001:AD8223
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op toeslag bij nabetaling WW-uitkering echtgenote
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om bij de beoordeling van zijn recht op toeslag ingevolge de Toeslagenwet de WW-uitkering van zijn echtgenote mee te rekenen. De WW-uitkering betrof een nabetaling over de periode van 11 december 1999 tot en met 23 mei 2000, die op 5 juni 2000 werd ontvangen. Hoewel eiser en zijn echtgenote sinds 9 mei 2000 feitelijk gescheiden leefden en een aparte financiële huishouding voerden, waren zij in de relevante periode gehuwd.
Verweerder stelde dat de WW-uitkering als inkomen moest worden meegeteld bij de beoordeling van het recht op toeslag over de maanden maart, april en mei 2000, omdat het een loondervingsuitkering in de zin van de Toeslagenwet betreft. De rechtbank bevestigde dat het uitgangspunt is dat inkomen wordt toegerekend aan het tijdvak waarin het is verkregen, maar dat dit in dit geval tot een onredelijk resultaat leidt omdat het om een nabetaling gaat die betrekking heeft op een eerdere periode.
De rechtbank oordeelde dat het terecht was de WW-uitkering van de echtgenote mee te rekenen bij de beoordeling van het recht op toeslag over de genoemde maanden. De feitelijke scheiding en het feit dat de uitkering op de rekening van eiser was gestort en later was teruggevorderd, deden hieraan niet af. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering van de echtgenote wordt terecht meegerekend bij de beoordeling van het recht op toeslag.