ECLI:NL:RBSHE:2001:AE5146
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dwangsom en niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens verjaring invordering
Eiser werd door verweerder bij besluit van 9 november 2000 aangesproken om een aanbouw/serre te verwijderen, met oplegging van een dwangsom bij niet-nakoming. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 16 juli 2001 werd afgewezen. Verweerder legde opnieuw een dwangsom op, maar stelde dat de bevoegdheid tot invordering van de reeds verbeurde dwangsommen was verjaard.
De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid tot invordering niet volledig was verjaard omdat voor elke dag dat een dwangsom werd verbeurd een afzonderlijke verjaringstermijn van zes maanden geldt. Hierdoor kon een deel van het bedrag nog worden ingevorderd. Het besluit van verweerder om het maximale dwangsombedrag opnieuw vast te stellen zonder beperking is in strijd met het verbod op reformatio in peius en wordt vernietigd.
Door de vernietiging van het bestreden besluit herleeft het oorspronkelijke besluit van 9 november 2000, maar de termijn voor invordering van de laatste dwangsom is inmiddels verstreken. Hierdoor is het bezwaar van eiser tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.