ECLI:NL:RBSHE:2001:BQ2297
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Robers
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor immateriële schade na verkrachting met PTSS als gevolg
Eiseres vordert materiële en immateriële schadevergoeding wegens verkrachting door gedaagde op of omstreeks 12 april 1991. Een deskundige stelt vast dat eiseres een acute stress-stoornis en later een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) heeft ontwikkeld, rechtstreeks veroorzaakt door de verkrachting. Deze stoornissen hebben geleid tot psychische en emotionele problemen en belemmerden haar studie aan het CIOS.
De deskundige concludeert dat er geen andere oorzaken zijn voor de klachten en dat het trauma de concentratie en het functioneren van eiseres ernstig heeft beperkt. De rechtbank acht gedaagde aansprakelijk voor deze onrechtmatige daad en wijst een immateriële schadevergoeding van 10.000 gulden toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 april 1997.
De materiële schadevordering wordt afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zelf de kosten heeft gedragen. Ook worden buitengerechtelijke kosten afgewezen omdat deze niet noodzakelijk waren voor de incasso. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder kosten van deskundigen en procureur.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding van 10.000 gulden met rente en proceskosten; materiële schadevordering wordt afgewezen.