ECLI:NL:RBSHE:2002:AE1452
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Eiser was gedetineerd en had een machtiging afgegeven om post aan zijn vrouw te sturen. Verweerder stuurde op 1 december 1999 een besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering aan het opgegeven adres. Eiser ontkent ontvangst, maar de rechtbank acht dit niet geloofwaardig vanwege een telefoonnotitie van 13 december 1999 waarin contact is gelegd over de invordering.
Eiser stelde dat hij het besluit pas in oktober 2000 ontving, waardoor de bezwaartermijn pas toen zou zijn gestart. Verweerder verklaarde het bezwaarschrift echter niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden. De rechtbank overweegt dat verzending aan het opgegeven adres en ontvangst door de gemachtigde gelijkstaan aan ontvangst door eiser.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding is gebleken. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en geen verschoonbare termijnoverschrijding is aangetoond.