ECLI:NL:RBSHE:2002:AE6772
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitlooptermijn bij verlaging WAO-uitkering en belangenafweging werknemer versus werkgever
De zaak betreft een geschil over de vaststelling en verlaging van de WAO-uitkering van een werknemer van eiseres. De uitkering was aanvankelijk vastgesteld op 80 tot 100% en werd bij een besluit van 14 juni 1999 verlaagd naar 15 tot 25%, met een latere correctie waarbij de uitkering onveranderd bleef tot 31 januari 2000 en daarna op 35 tot 45% werd vastgesteld.
Eiseres voert twee grieven aan: ten eerste dat geen onderzoek is gedaan naar passende arbeid bij haar, en ten tweede dat de uitkering vanaf 9 augustus 1999 verlaagd had moeten worden in plaats van vanaf 31 januari 2000. De rechtbank erkent dat verweerder niet zorgvuldig handelde door aan te nemen dat het dienstverband al per 4 december 1998 was verbroken en door niet te informeren naar passende arbeid, maar ziet onvoldoende grond om het besluit te vernietigen omdat het onduidelijk is of passende arbeid daadwerkelijk beschikbaar was.
Met betrekking tot de uitlooptermijn oordeelt de rechtbank dat de zorgvuldigheidseisen die aan de werknemer worden gesteld, waaronder het gunnen van een termijn om zich aan te passen aan de nieuwe situatie, zwaarder wegen dan de belangen van eiseres. Hierdoor blijft de hogere uitkering over de periode van 9 augustus 1999 tot 31 januari 2000 gehandhaafd, ondanks het nadeel voor eiseres door hogere premies. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de WAO-uitkering met uitlooptermijn wordt bevestigd.