ECLI:NL:RBSHE:2002:AE7028
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- H.J. van der Meiden
- E.F.G.M. Gelderman
- Rechtspraak.nl
Vergunning herbegraving zoon in graf overleden dochter onder bijzondere omstandigheden toegewezen
Verzoekers, ouders van twee overleden kinderen, vroegen een vergunning op grond van artikel 29 van Pro de Wet op de lijkbezorging om hun zoon te herbegraven in hetzelfde graf als hun eerder overleden dochter. De gemeente weigerde de vergunning vanwege het belang van grafrust en vrees voor precedentwerking.
De rechtbank oordeelde dat de weigering onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijke was gemotiveerd. Er was geen nadere belangenafweging gemaakt en verzoekers waren niet in de gelegenheid gesteld hun belangen toe te lichten.
Gezien de bijzondere omstandigheden, waarbij twee jonge kinderen uit hetzelfde gezin kort na elkaar zijn overleden en bij de eerste begrafenis niet was voorzien in een tweede begrafenis in hetzelfde graf, woog het belang van verzoekers zwaarder dan de grafrust. De vrees voor precedentwerking werd ongegrond geacht.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoekers als ware zij in het bezit van de vergunning moesten worden beschouwd, zodat de herbegraving van de dochter kon plaatsvinden en de zoon spoedig in hetzelfde graf kon worden begraven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank heeft de weigering van de vergunning voor herbegraving in hetzelfde graf onterecht geoordeeld en de voorlopige voorziening toegewezen.