ECLI:NL:RBSHE:2002:AE8158
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering non-concurrentiebeding en opheffing conservatoire beslagen
HSG vorderde in kort geding dat VNB en haar bestuurder, [gedaagde sub 2], werden verboden beveiligingswerkzaamheden aan te bieden in strijd met een non-concurrentiebeding uit een koopovereenkomst van 1998. Tevens vorderde HSG betaling van een boete en opheffing van door VNB gelegde beslagen.
VNB c.s. voerden verweer dat het non-concurrentiebeding nietig was wegens strijd met de Mededingingswet en dat de beslagen onrechtmatig en buitensporig waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat het non-concurrentiebeding slechts gerechtvaardigd was voor twee jaar en derhalve per 13 oktober 2000 was komen te vervallen.
Omdat HSG niet aannemelijk had gemaakt dat er na die datum sprake was van schending, wees de rechter de vorderingen af. Tevens werden de conservatoire beslagen opgeheven wegens ondeugdelijkheid van het vorderingsrecht. HSG werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van HSG worden afgewezen en conservatoire beslagen opgeheven wegens vervallen non-concurrentiebeding en ondeugdelijkheid vorderingsrecht.