ECLI:NL:RBSHE:2002:AI0254
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- C.W.P. van Gelder
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorziening gebruik echtelijke woning na echtscheiding
De vrouw verzocht de rechtbank om wijziging van voorlopige voorzieningen, primair voor exclusief gebruik van de echtelijke woning na inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. De man betwistte de ontvankelijkheid van dit verzoek. De rechtbank stelde vast dat, hoewel de echtscheiding was ingeschreven, onder bijzondere omstandigheden een voorlopige voorziening omtrent het gebruik van de woning mogelijk blijft, mede vanwege het lopende onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming over de toevertrouwing van de kinderen.
De vrouw stelde dat de man afluisterapparatuur in de woning had geplaatst, wat het gezamenlijk gebruik onmogelijk maakte. De man erkende dit, maar motiveerde dit met zorgen over het welzijn van de kinderen en beloofde de privacy te respecteren. Tevens maakte de man bezwaar tegen het verblijf van de nieuwe partner van de vrouw in de woning. De rechtbank vond dat beide partijen nog belangen hadden bij het gebruik van de woning en dat de man zich aan zijn toezegging moest houden. De vrouw werd geadviseerd terughoudend te zijn in het ontvangen van haar partner.
De rechtbank besloot de beslissing op het verzoek pro forma aan te houden tot 17 januari 2003, zodat de voorlopige zorg- en omgangsregeling kon worden voortgezet en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming kon worden afgewacht. Partijen werden verzocht de rechtbank tijdig te informeren over de noodzaak van voortzetting van de behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vrouw ontvankelijk in haar verzoek en houdt de beslissing op het verzoek tot exclusief gebruik van de woning pro forma aan tot 17 januari 2003.