ECLI:NL:RBSHE:2003:AF5695
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- P.H.C.M. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter bij beëindiging verstrekkingen asielzoekers
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 januari 2003 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landerd om verstrekkingen in het kader van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) met ingang van 4 februari 2003 te beëindigen. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 3a van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Wet COA) en de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) besluiten tot beëindiging van verstrekkingen aan asielzoekers onder de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank te 's-Gravenhage vallen. Dit volgt uit artikel 71 van Pro hoofdstuk 7 van de Vw 2000.
Omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch niet bevoegd is om in de hoofdzaak te oordelen, is hij ook niet bevoegd om te beslissen over het verzoek om een voorlopige voorziening. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het verzoek zonder zitting afgewezen en doorgezonden naar de bevoegde rechtbank.
De voorzieningenrechter verklaart zich derhalve onbevoegd en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.