Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBSHE:2003:AF9763

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
awb 02/2221
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.A.H. Schifferstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:54 AwbBesluit premiedifferentiatie WAO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens wetswijziging

Eiser had beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin een WAO-uitkering aan een werknemer werd toegekend. Dit besluit had volgens eiser gevolgen voor de door hem te betalen gedifferentieerde premie WAO. Na een wetswijziging per 1 januari 2003, die de premiedifferentiatie voor kleine werkgevers aanpaste, trok eiser zijn beroep in omdat het besluit geen gevolgen meer had voor zijn premiebetaling vanaf het premiejaar 2004.

Eiser verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen in de proceskosten, stellende dat verweerder tegemoet was gekomen aan zijn bezwaren. Verweerder wees dit af omdat het oorspronkelijke besluit ongewijzigd bleef en het wegvallen van het belang van eiser het gevolg was van de wetswijziging.

De rechtbank oordeelde dat er geen grond was voor een proceskostenveroordeling omdat het besluit niet was gewijzigd en het intrekken van het beroep voortkwam uit de wetswijziging. Het verzoek van eiser werd dan ook afgewezen. Tegen deze uitspraak staat verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep is ingetrokken vanwege een wetswijziging en het bestreden besluit ongewijzigd bleef.

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH
Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken
UITSPRAAK
AWB 02/2221
Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb in het geschil tussen
[eiser], h.o.d.n. [handelesnaam], gevestigd te [plaats], eiser,
gemachtigde R.T. van Baarlen, De Fiscount Adviesgroep B.V. te Zwolle,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gevestigd te Amsterdam, verweerder,
vertegenwoordigd door UWV Bouwnijverheid te Amsterdam.
I. PROCESVERLOOP
Verweerder heeft aan de (ex-)werknemer van eiser, de heer […] (hierna te noemen: de werknemer), met ingang van 22 maart 2002 een uitkering toegekend ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 %.
Het hiertegen door eiser ingediende bezwaar is door verweerder bij besluit van 18 juli 2002 ongegrond verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld.
Bij brief van 7 maart 2003 heeft eiser het beroep ingetrokken en de rechtbank daarbij verzocht verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure.
Verweerder heeft bij brief van 26 maart 2003 aangegeven geen aanleiding te zien om tot vergoeding van de proceskosten van eiser over te gaan, nu het bestreden besluit op goede gronden is genomen en door verweerder ook is gehandhaafd.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank bij intrekking van het beroep ten gevolge van het alsnog geheel of gedeeltelijk tegemoet komen aan eiser, het bestuursorgaan met toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten veroordelen, indien daarom bij intrekking wordt verzocht.
In reactie op schriftelijke vragen van de rechtbank heeft eiser in zijn brief van 7 maart 2003 onder meer het volgende gesteld.
Voor het premiejaar 2004 wordt hij aangemerkt als kleine werkgever in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit premiedifferentiatie WAO. Gelet op artikel 4a van genoemd Besluit, zoals dat luidt sinds 1 januari 2003, heeft de aan de werknemer met ingang van 22 maart 2002 toegekende WAO-uitkering derhalve geen gevolgen meer voor de door eiser te betalen gedifferentieerde premie vanaf het premiejaar 2004. Eiser heeft daarom geen belang meer bij voortzetting van het beroep en trekt dit beroep in. Aangezien verweerder in het toekenningsbesluit van 8 maart 2002 stelde dat de door eiser te betalen gedifferentieerde premie WAO wél afhankelijk zou zijn van deze WAO-uitkering, is verweerder thans tegemoet gekomen aan eisers bezwaren en is er grond voor een proceskostenvergoeding, aldus eiser.
De rechtbank kan eiser niet volgen in zijn standpunt dat verweerder tegemoet is gekomen aan de bezwaren van eiser. Het bestreden WAO-besluit is ongewijzigd in stand gebleven en dat dit besluit niet langer gevolgen heeft voor de door eiser in de toekomst te betalen gedifferentieerde premie WAO, zodat eiser geen belang meer heeft om zijn beroep voort te zetten, is een gevolg van een wetswijziging op dat punt.
De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om tot een proceskostenveroordeling over te gaan en zal uitspraak doen met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De rechtbank,
wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten af.
Aldus gedaan door mr. A.A.H. Schifferstein als rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. N. Hofman als griffier op 6 juni 2003.
Tegen deze uitspraak staat het rechtsmiddel verzet open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen zes weken na de dagtekening van de verzending van het afschrift, een verzetschrift aan deze rechtbank te zenden. Daarin vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt. Tevens gelieve u aan te geven of u wel/niet in de gelegenheid gesteld wilt worden over het verzet te worden gehoord.
Afschrift verzonden: