ECLI:NL:RBSHE:2003:AH8561

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
96077 / BP RK 03-759
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • J.F.M. Strijbos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 548 RvArt. 544 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toestemming onderhandse verkoop verbonden goed bij parate executie wegens ontbreken vereiste bescheiden

De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een verzoek tot toestemming voor onderhandse verkoop van een verbonden goed bij parate executie, ingediend op 2 juni 2003. Dit verzoek was tijdig, maar werd niet vergezeld van de wettelijk vereiste bescheiden zoals de volledige koopakte, een afschrift van de bij de notaris ingekomen biedingen en de lijst van belanghebbenden.

Een tweede verzoekschrift, ingediend op 4 juni 2003, bevatte wel de vereiste bescheiden, maar was niet tijdig ingediend volgens artikel 548 lid 1 Rv Pro. De rechter oordeelde dat het verzoek van 2 juni niet kan worden aangevuld met het latere verzoek van 4 juni, omdat de wet dit uitsluit.

Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens stelde de voorzieningenrechter een nieuwe veilingdatum vast op 15 juli 2003, aangezien de veiling door het eerste verzoek was geschorst. De beschikking werd uitgesproken op 12 juni 2003 door mr. J.F.M. Strijbos.

Uitkomst: Het verzoek tot toestemming voor onderhandse verkoop wordt afgewezen wegens ontbreken van vereiste bescheiden en een nieuwe veilingdatum wordt vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
BESCHIKKING
Zaaknummer : 96077 / BP RK 03-759
Datum beschikking : 12 juni 2003
Beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch.
Deze beschikking wordt gegeven naar aanleiding van een op 2 juni 2003 ter griffie van deze rechtbank ingediend verzoekschrift ingevolge artikel 3:268 lid 2 BW Pro (dat in kopie aan deze beschikking is gehecht) van:
De naamloze vennootschap Rabohypotheekbank N.V.,
gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudend te Utrecht,
verzoekster,
advocaat mr. S. Brenninkmeijer,
procureur mr. Ph.C.M. van der Ven.
1. Inleiding
1.1. Het verzoek betreft het verkrijgen van toestemming voor onderhandse verkoop ex artikel 3: 268 tweede lid BW. Daartoe is op 2 juni 2003 een verzoekschrift per fax bij de griffie binnen gekomen en op 4 juni 2003 wederom hetzelfde verzoekschrift bij de griffie ingediend. Als veilingdatum was bepaald 10 juni 2003.
1.2. Het verzoekschrift dat op 2 juni is binnengekomen was niet vergezeld van producties. Bij het verzoekschrift dat op 4 juni is binnengekomen waren de door artikel 548 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering vereiste bescheiden wel bijgevoegd.
2. De beoordeling
2.1. Krachtens het eerste lid van artikel 548 Rv Pro kan een verzoek als het onderhavige slechts tot een week voor de bepaalde veilingdatum worden ingediend. Het verzoek d.d. 2 juni 2003 voldoet aan die eis, het tweede verzoekschrift niet. Dat betekent dat aan het tweede verzoek, dat op 4 juni 2003 is binnengekomen, reeds daarom geen (afzonderlijke) betekenis kan worden toegekend.
2.2. Het op 2 juni 2003 ingediende verzoek is weliswaar tijdig gedaan, maar ontbeert de begeleiding van de nodige bescheiden, te weten de volledige koopakte en een afschrift van de bij de notaris ingekomen biedingen, evenals de lijst van de in artikel 544 Rv Pro bedoelde belanghebbenden. Het verzoek is daarom niet genoegzaam op de wet gebaseerd, zodat het reeds daarom moet worden afgewezen.
2.3. Wellicht ten overvloede overweegt de rechter dat de wetteksten van artikel 3:268, leden 2 en 3 BW en artikel 548 leden Pro 1 tot en met 4, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang bezien, uitsluiten dat een verzoek als juist kan worden aangemerkt indien het op zich zelf tijdig is gedaan en de aanvulling met de vereiste bescheiden op een later tijdstip geschiedt. Ook wanneer het verzoek van 4 juni 2003 alleen als een aanvulling van het verzoek van 2 juni 2003 moet worden beschouwd, kan dit niet tot een andere beslissing als de in de vorige rechtsoverwegingen reeds aangekondigde leiden.
2.4. Overeenkomstig artikel 548, lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zal de voorzieningenrechter een nieuwe veilingdatum vaststellen, nu de veiling kennelijk door de indiening van het verzoek op 2 juni 2003, ondanks de daaraan klevende gebreken, is geschorst.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek af;
bepaalt dat de openbare verkoop van de in gemeld verzoekschrift omschreven onroerende zaak zal geschieden op 15 juli 2003.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.F.M. Strijbos, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.