ECLI:NL:RBSHE:2003:AH9912
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Th. Vink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbaarheid werkloosheid en gedeeltelijke weigering WW-uitkering na ontslag tijdens proeftijd
Eiser trad per 1 maart 2002 in dienst bij werkgever met een proeftijd van twee maanden. Tijdens deze proeftijd beëindigde eiser de dienstbetrekking per 16 april 2002 vanwege onenigheid en moeizame samenwerking. Werkgever bevestigde dat het dienstverband uiterlijk per 1 mei 2002 zou zijn beëindigd.
Verweerder weigerde aanvankelijk de WW-uitkering volledig wegens verwijtbare werkloosheid, maar zette dit later om in een tijdelijke gedeeltelijke weigering van 35% voor 26 weken. Eiser stelde dat hem geen verwijt treft en dat voortzetting van de dienstbetrekking niet redelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiser redelijkerwijs de dienstbetrekking tot 1 mei 2002 had kunnen voortzetten en dat het ontslag verwijtbaar was, doch niet in overwegende mate. Daarom was de blijvend gehele weigering onjuist en werd deze omgezet in een tijdelijke gedeeltelijke weigering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot blijvend gehele weigering WW-uitkering en bepaalt een tijdelijke gedeeltelijke weigering van 35% gedurende 26 weken.