ECLI:NL:RBSHE:2003:AO6391

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
HSD0210100311
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • De M
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en detentie

De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft bij vonnis van 13 mei 2002 een schuldsanering uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. Na voordracht van de rechter-commissaris en een zitting op 12 november 2002, waarbij de schuldenaar niet aanwezig was wegens detentie, is vastgesteld dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit de regeling niet nakomt. Hij heeft geen afdracht aan de boedel verricht en is niet bereikbaar vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats.

De schuldenaar verbleef in detentie wegens vermogensdelicten en zijn WAO-uitkering werd stopgezet. De rechtbank oordeelt dat het wegvallen van het inkomen de schuldenaar verweten kan worden. Hoewel de schuldenaar psychische problemen heeft en een behandeltraject zal starten, is de schuldsaneringsregeling niet bedoeld voor hulpverlening en dient het traject pas te worden voortgezet als de onderliggende problematiek is opgelost.

De raadsman verzocht om verlenging van de regeling om de schuldenaar de kans te geven alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen, maar de rechtbank wees dit af omdat de duur van de behandeling onbekend is en verlenging alleen zinvol is als nakoming mogelijk is. De rechtbank beëindigt daarom de schuldsaneringsregeling en stelt vast dat de schuldenaar pas een nieuwe aanvraag kan indienen als zijn situatie is verbeterd.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en detentie.

Uitspraak

Arrondissementrechtsbank te 's-Hertogenbosch
enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 13 mei 2002 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
X.
geboren op te ,
voorheen wonende te ,
thans zonder vaste woon - of verblijfplaats.
De rechter-commissaris heeft bij brief van 21 augustus 2002 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsanering te beëindigen. De bewindvoerder en raadsman M. de J. zijn gehoord ter terechtzitting van 12 november 2002. De schuldenaar verblijft in detentie en is derhalve niet verschenen.
Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
Uit de gedingstukken en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat de schuldenaar sinds enige tijd in detentie verblijft in verband met het ondergaan van een tweetal vrijheidsstraffen (2 maal 120 dagen hechtenis) wegens vermogensdelicten.Voorts is de rechtbank gebleken dat pogingen van de bewindvoerder om in contact te treden met de schuldenaar strandden op het ontbreken van een vaste woon – of verblijfplaats van de schuldenaar alsmede op het feit dat de schuldenaar de telefonisch gemaakte afspraken niet nakwam.
Daarnaast is de rechtbank gebleken dat de schuldenaar nog geen enkele afdracht aan de boedel heeft verricht.
Raadsman de J. heeft ter zake verklaard dat de schuldenaar reeds bij de aanvang van de schuldsaneringsregeling een inkomen uit WAO-uitkering genoot en derhalve niet gebonden kan worden aan de inspanningsverplichting ter zake van het verrichten van betaalde arbeid.
De rechtbank is van oordeel dat de schuldenaar in ieder geval gehouden kan worden aan de verplichting het inkomen uit uitkering te behouden en op die wijze in ieder geval het salaris van de bewindvoerder te voldoen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het wegvallen van het inkomen de schuldenaar verweten kan worden nu de uitkering in verband met detentie wegens vermogensdelicten is stopgezet.
Voorts heeft de raadsman verklaard dat de schuldenaar psychisch erg in de war is zodat reeds
contact is gelegd met Jan Wier (instelling voor geestelijke gezondheidszorg), en de schuldenaar direct na beëindiging van zijn detentie in behandeling genomen zal worden voor zijn psychische problemen.
De rechtbank is van oordeel dat de schuldsaneringsregeling niet op hulpverlening is gericht en niet gebruikt moet worden voor kwesties die in een buitengerechtelijk traject moeten worden opgelost en waar andere kennis en vaardigheden voor nodig zijn dan waarover een bewindvoerder beschikt en ter zake waarvan diverse andere instanties een grote deskundigheid hebben ontwikkeld [Vergelijk Hof Den Bosch 20 december 2000, Schuldsanering 2001/6 nr. 123 en de noot daaronder (pagina 17)].
Voorts is de rechtbank van oordeel dat het doorlopen van het traject van de schuldsaneringsregeling redelijkerwijze eerst mogelijk is als de onderliggende problematiek is opgelost. Daarnaast heeft de raadsman verklaard dat de schuldenaar bang is voor een terugval indien de schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd en verzoekt derhalve namens hem de termijn gedurende welke de schuldsaneringsregeling van toepassing zal zijn te verlengen en de schuldenaar op die wijze in de gelegenheid te stellen alsnog in aanmerking te komen voor toekenning van de schone lei. Nu de schuldenaar na zijn ontslag uit detentie direct in behandeling zal gaan voor zijn psychische problemen waar hij mee kampt, en op voorhand geen enkele indicatie gegeven kan worden over de duur van deze behandeling, is de rechtbank van oordeel dat een verlenging van de termijn niet aan de orde is nu verlenging juist als doel de schuldenaar in de gelegenheid te stellen alsnog aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling te voldoen, welke inspanning eerst na de behandeling mogelijk is.
Tenslotte is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar pas als hij zijn leven enigszins op orde heeft in staat geacht mag worden het traject van de schuldsaneringsregeling te (kunnen) doorlopen en merkt hierbij op dat het de schuldenaar alsdan vrijstaat een nieuwe verzoek tot toepassing van de regeling in te dienen.
Gelet op vorenstaande is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350, derde lid sub c, van de Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten bij afzonderlijke beslissing vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en komen ten laste van de Staat.
BESLISSING
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt met ingang van de dag dat dit vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan in het faillissement van de schuldenaar tot rechter-commissaris mr. W.S. , en tot curator mr. S.J gevestigd te , 's-Hertogenbosch;
- beveelt dat de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties ten laste van de Staat worden gebracht;
- geeft met ingang van de dag dat dit vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan last aan de curator tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Gewezen door mr. De M , lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2002 in tegenwoordigheid van V , griffier.