ECLI:NL:RBSHE:2004:AO2521
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opzegging intermediairovereenkomst rechtsgeldig ondanks geschil over toepasselijkheid BBA
Partijen sloten op 17 april 2003 een intermediairovereenkomst voor onbepaalde tijd, die CVB Bank op 30 oktober 2003 opzegde met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. [Eiseres] stelde dat de overeenkomst een agentuurovereenkomst is en dat CVB Bank voor opzegging toestemming van de juridisch functionaris van het CWI nodig had op grond van het BBA, waardoor de opzegging nietig zou zijn.
De rechtbank kwalificeerde de intermediairovereenkomst als agentuurovereenkomst, maar oordeelde dat het BBA niet van toepassing is omdat [eiseres] niet verplicht was de arbeid persoonlijk te verrichten en zij niet als werknemer in de zin van het BBA kon worden aangemerkt. De opzegging was derhalve rechtsgeldig zonder toestemming van het CWI.
Daarnaast stelde [eiseres] dat de opzegging onaanvaardbaar was op grond van de redelijkheid en billijkheid omdat CVB Bank de opzegging gebruikte vanwege het aanbrengen van klanten die niet binnen het profiel van CVB Bank pasten. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat CVB Bank gerechtigd was de overeenkomst op te zeggen zonder opgave van redenen.
De vorderingen van [eiseres] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gewezen door voorzieningenrechter R.B.M. Keurentjes op 27 januari 2004.
Uitkomst: De opzegging van de intermediairovereenkomst door CVB Bank is rechtsgeldig en de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.