ECLI:NL:RBSHE:2004:AO3273
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na herstel en terugkeer in eigen werk
De werkneemster, werkzaam als sociaal-cultureel werkster, werd sinds november 1998 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na een periode van scholing en herstel verklaarde een verzekeringsarts haar per 1 november 2001 weer geschikt voor haar eigen werk. Verweerder trok daarop de WAO-uitkering met ingang van die datum in. Eiseres, de werkgever, betwistte deze intrekking en stelde dat de terugkeer in het oude werk onzorgvuldig en onverwacht was, mede omdat een ontslagvergunning was aangevraagd.
De rechtbank stelde vast dat de werkneemster daadwerkelijk geen medische beperkingen meer had en haar oude werkzaamheden vanaf april 2002 naar tevredenheid hervatte. De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de uitkering terecht was, omdat geschiktheid voor eigen werk in principe geen arbeidsongeschiktheid meer inhoudt. De stelling van eiseres dat zij mocht vertrouwen op voortzetting van de uitkering werd verworpen.
De rechtbank wees erop dat de problematiek van re-integratie binnen de organisatie buiten het kader van de WAO valt en dat de werkneemster zich positief opstelde ten aanzien van werkhervatting. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 1 november 2001.