ECLI:NL:RBSHE:2004:AO3298
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid bij aanvang dienstverband
Eiseres werkte sinds 19 maart 2001 als inpakster, maar moest haar werkzaamheden op 30 mei 2001 staken wegens psychische klachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen met het argument dat eiseres bij aanvang van haar dienstverband gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en dat haar gezondheidstoestand uitval binnen zes maanden deed verwachten.
De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende medische gegevens zijn die aantonen dat eiseres bij aanvang van het dienstverband reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. De klachten ontstonden geleidelijk na het starten met werken. Ook het subsidiaire verweer faalt omdat niet kan worden vastgesteld dat de gezondheidstoestand bij aanvang zodanig was dat uitval binnen zes maanden verwacht moest worden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en gelast het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan eiseres.
De rechtbank benadrukt dat dit oordeel niet betekent dat eiseres per einde wachttijd recht heeft op een WAO-uitkering; dit zal in een nieuw besluit moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt gelast een nieuw besluit te nemen.