ECLI:NL:RBSHE:2004:AO3636
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering bij toepassing overgangsregeling vergoeding rechtsbijstand in asielprocedure
Eiser, een advocaat gespecialiseerd in asielzaken, verzocht om een toevoeging en vergoeding van rechtsbijstand in een asielprocedure. Na het overlijden van de cliënt werd het beroep ingetrokken, waarna verweerder de vergoeding forfaitair vaststelde als een advieszaak van meer dan zes uur. Eiser stelde dat de overgangsregeling van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr) onjuist werd toegepast, met name artikel 5, tweede lid.
De rechtbank stelde vast dat de overgangsregeling, ingevoerd vanwege de invoering van de Vreemdelingenwet 2000, voorziet in een toeslag voor rechtsbijstandverleners die zowel het voornemen als het beroep behandelen. De rechtbank oordeelde dat de voornemenprocedure en beroepsprocedure als afzonderlijke procedures moeten worden beschouwd en dat artikel 5, tweede lid, niet als één procedure moet worden toegepast.
Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de vergoeding niet hoger dan 8 punten werd vastgesteld, terwijl eiser meer uren had besteed aan de niet voortgezette beroepsprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder gelast het griffierecht van €109 aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.