ECLI:NL:RBSHE:2004:AO3867
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens niet-verrekende algemene heffingskorting
Eisers ontvingen sinds 1 november 1998 een bijstandsuitkering die vanaf 16 mei 2002 werd verstrekt volgens de norm voor een echtpaar, waarbij de inkomsten van eiseres werden verrekend. In januari 2003 bleek uit een voorlopige aanslag van de belastingdienst dat eiser recht had op een algemene heffingskorting van € 1.647 over 2002, welke niet was verrekend met de bijstandsuitkering.
Verweerder heeft daarom de bijstand over de periode van 16 mei 2002 tot 1 januari 2003 herzien en een bedrag van € 1.301,32 teruggevorderd wegens te veel ontvangen uitkering. Eisers betwistten dit besluit, maar de rechtbank oordeelde dat de algemene heffingskorting als inkomen moet worden beschouwd op grond van artikel 42 en Pro 47 van de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank vond geen dringende redenen om af te zien van terugvordering en wees het beroep van eisers af. De voorlopige teruggaaf van de heffingskorting vormt een vermogensbestanddeel dat redelijkerwijs tot de middelen van eisers behoort, waardoor de terugvordering terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van verweerder bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van € 1.301,32 wegens niet-verrekende algemene heffingskorting.