ECLI:NL:RBSHE:2004:AO8896

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99565 - HA ZA 03-1757
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.M. Callemeijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1576 BWArt. 7A:1576a BWArt. 7A:1576b BWArt. 7A:1576c BWArt. 7A:1576d BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van effectenlease-overeenkomst als huurkoop en bevoegdheid kantonrechter

In deze zaak vordert Dexia Bank NV betaling van een bedrag wegens een beëindigde effectenlease-overeenkomst met gedaagde. Gedaagde stelt dat de overeenkomst een huurkoopovereenkomst is en dat de kantonrechter bevoegd is, waardoor de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren.

De rechtbank onderzoekt de aard van de overeenkomst en concludeert dat deze kwalificeert als huurkoop op grond van de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek en de bijzondere voorwaarden van de overeenkomst. De automatische eigendomsovergang na betaling van alle termijnen is kenmerkend voor huurkoop en wordt bevestigd door de contractuele bepalingen.

Dexia Bank voert aan dat geen eigendomsoverdracht is beoogd, maar de rechtbank oordeelt dat de uitzondering die Dexia aanvoert niet het uitgangspunt is. Daarom wordt de hoofdzaak verwezen naar de kantonrechter. Dexia Bank wordt veroordeeld in de kosten van het incident wegens het aanhangig maken van de hoofdzaak bij een onbevoegde rechter.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de hoofdzaak naar de kantonrechter, en veroordeelt Dexia Bank in de proceskosten van het incident.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
VONNIS IN INCIDENT
Zaaknummer : 99565 / HA ZA 03-1757
Datum uitspraak : 14 april 2004
Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
procureur mr. H. Post,
tegen:
[gedaagde]
wonende te [woonplaats],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
procureur mr. E.G.M. van Ewijk.
Partijen zullen hierna "Dexia Bank NV" en "[gedaagde]" worden genoemd.
1. De procedure
Het verloop van het geding blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens houdende conclusie van antwoord tevens eis in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak;
- de conclusie van antwoord in het incident;
- akte overlegging productie zijdens [gedaagde].
Partijen hebben vonnis in het incident gevraagd.
2. Het geschil en de beoordeling in het incident
2.1. Dexia Bank NV vordert in de hoofdzaak [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan Dexia Bank NV tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van € 6.211,99, vermeerderd met de wettelijke rente over € 4.325,31, vanaf 14 augustus 2003 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding, waaronder de proceskosten.
Zij legt daaraan ten grondslag dat Dexia Bank NV en [gedaagde] een overeenkomst hebben gesloten ten behoeve van het product WinstVerDriedubbelaar onder contractnummer 74283045. Door het verstrijken van de overeengekomen looptijd is de overeenkomst beëindigd. In verband hiermee heeft Dexia Bank NV een eindafrekening gestuurd aan [gedaagde]. [gedaagde] heeft ondanks herhaalde aanmaningen nagelaten aan haar betalingsverplichting te voldoen.
2.2 In het incident vordert [gedaagde] dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de in de hoofdzaak ingestelde vorderingen. Zij legt aan deze vordering ten grondslag dat partijen een huurkoopovereenkomst ex artikel 7A:1576-1576g (de rechtbank begrijpt dat bedoeld zal zijn ex artikel 7A:1576-1576g van het Burgerlijk Wetboek) hebben gesloten, zodat op grond van artikel 93 sub c Rv Pro de sector kanton van de rechtbank bevoegd is.
2.3 Dexia Bank NV voert als verweer tegen de incidentele vordering dat de tussen haar en [gedaagde] gesloten effectenlease-overeenkomst niet valt te kwalificeren als huurkoop.
2.4 De rechtbank overweegt als volgt:
2.4.1 Vermogensrechten zijn krachtens het vijfde lid van artikel 7A:1576 BW vatbaar voor koop op afbetaling. Effecten zijn te beschouwen als vermogensrechten en kunnen onderwerp zijn van koop op afbetaling en van huurkoop.
2.4.2 Gelet op de verplichtingen tot periodieke betaling en de voorwaardelijke overdracht moet worden vastgesteld dat de overeenkomst dezelfde strekking heeft als koop en verkoop op afbetaling en als zodanig moet worden aangemerkt.
2.4.3 Kenmerkend voor een huurkoopovereenkomst is de automatische eigendomsovergang van het object nadat de laatste termijnbetaling heeft plaatsgevonden.
Dexia Bank NV stelt dat partijen geen eigendomsoverdracht hebben beoogd. Echter, artikel 5 van Pro de tussen partijen gesloten overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk:
Zodra lessee al datgene aan Legio-Lease heeft betaald wat hij haar krachtens de lease-overeenkomst en de daarbij bijhorende Bijzondere Voorwaarden effectenlease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden.
Door Dexia Bank NV wordt artikel 10 van Pro de Bijzondere Voorwaarden aangehaald en wordt gesteld dat uitgangspunt is dat de effecten bij het einde van de looptijd niet aan de lessee worden overgedragen.
De rechtbank is hierover een ander oordeel toegedaan. Uit de artikelen 2 en 10 van de Bijzondere Voorwaarden volgt dat de lessee automatisch eigenaar van de waarden wordt, tenzij de lessee mededeelt de voorkeur te geven aan verkoop van de aandelen aan een derde.
In artikel 2 van Pro de Bijzondere Voorwaarden staat vermeld:
Legiolease en lessee komen overeen dat de eigendom van de waarden op de lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan.
In artikel 10 van Pro de Bijzondere Voorwaarden staat:
Indien lessee aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan, zullen de waarden aan de lessee worden uitgeleverd, tenzij lessee alsdan mededeelt de voorkeur te geven aan de verkoop van de waarden. (...)
De regel waarop Dexia Bank NV zich beroept is naar het oordeel van de rechtbank in deze context gelezen niet het uitgangspunt, maar een uitzondering.
2.5 Op grond van het vorengaande wordt geoordeeld dat de overeenkomst tussen Dexia Bank NV en [gedaagde] er één van huurkoop is. Derhalve dient de hoofdzaak door de kantonsector behandeld en beslist te worden. De vordering in het incident wordt toegewezen.
2.6 Nu Dexia Bank NV de hoofdvordering bij een onbevoegde rechter aanhangig heeft gemaakt en daarmee de kosten van dit incident nodeloos heeft veroorzaakt, zal zij in die kosten worden veroordeeld.
3. De beslissing
De rechtbank:
in het incident:
verwijst de hoofdzaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rolzitting van donderdag 6 mei 2004 te 10.00 uur van de sector kanton van deze rechtbank, locatie
's-Hertogenbosch, op welke zitting de kantonrechter een rolbeslissing zal nemen omtrent de verdere voortgang van de procedure;
wijst partijen erop dat zij ofwel in persoon ofwel bij gemachtigde in de procedure moeten verschijnen;
gelast de griffier het griffiedossier in deze zaak te doen toekomen aan de griffie van voornoemde sector;
veroordeelt Dexia Bank NV in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 390,25;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Callemeijn, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.