ECLI:NL:RBSHE:2004:AP5823
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad politie door nalaten medische bijstand aan ingeslotene
Op 17 mei 2000 werd eiser aangehouden op verdenking van zware mishandeling en verbleef hij in het politiebureau te Rosmalen. Eiser meldde bij aanhouding zijn suikerziekte en hart- en longklachten en verzocht preventief om medische bijstand, waaronder het raadplegen van een arts, hetgeen door de politie werd geweigerd. De politie gaf ook geen gehoor aan verzoeken om overbrenging naar een Huis van Bewaring en het verstrekken van tussendoortjes.
De rechtbank stelt vast dat de politie op grond van artikel 32 van Pro de Ambtsinstructie een zorgplicht heeft tegenover ingeslotenen die medische bijstand behoeven. De politie heeft deze zorgplicht geschonden door het nalaten een arts te raadplegen ondanks kennis van de medische situatie van eiser en diens verzoeken. De Nationale Ombudsman verklaarde de klacht van eiser gegrond.
Eiser stelt immateriële schade te hebben geleden in de vorm van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) als gevolg van de onrechtmatige handelwijze van de politie. De rechtbank acht nader bewijs noodzakelijk omtrent het bestaan van de PTSS en het causaal verband met het handelen van de politie en zal een deskundigenbericht laten opstellen. De buitengerechtelijke kosten worden gematigd, en de beslissing over immateriële schadevergoeding wordt aangehouden. De zaak wordt op 21 juli 2004 voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld en wijst de zaak aan voor nader deskundigenonderzoek; buitengerechtelijke kosten worden gematigd en immateriële schadevergoeding aangehouden.