ECLI:NL:RBSHE:2004:AP8517
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huursubsidie wegens onbevoegdheid en instandhouding rechtsgevolgen
Eiser vroeg huursubsidie aan voor de periode van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997, waarbij hij een schatting van zijn inkomen gaf. Verweerder kende aanvankelijk een subsidie toe, maar stelde deze later bij en vorderde een deel terug op basis van hogere inkomensgegevens van de Belastingdienst. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank stelde vast dat het bezwaarbesluit was genomen door een functionaris zonder de juiste bevoegdheid volgens de Regeling ondermandaat DGVH, wat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd bevestigd.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege dit bevoegdheidsgebrek, maar besloot de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten omdat de Minister van VROM het besluit later voor zijn rekening had genomen. Eiser voerde aan dat hij het niet eens was met de inkomensberekening en dat hij door het niet toezenden van stukken in een ongelijke verweerpositie was gebracht, wat de rechtbank niet aannam. Ook het tijdsverloop van de besluitvorming werd niet als reden gezien om het besluit te wijzigen.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en wees geen proceskosten toe. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot nadere vaststelling en invordering van huursubsidie wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.