ECLI:NL:RBSHE:2004:AQ5880
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag ondanks hogere vergoedingen aan andere werknemers
Eiser vordert betaling van een hoofdsom en incassokosten omdat hij meent dat zijn ontslag per 28 maart 2003 kennelijk onredelijk was. Hij baseert dit mede op het feit dat twee andere werknemers van Obdeijn bij ontbinding van hun arbeidsovereenkomst een hogere vergoeding ontvingen.
De kantonrechter stelt dat een ontslag kennelijk onredelijk is als geen redelijk denkend mens het zou verdedigen. In deze zaak is dat niet het geval. Eiser heeft uit hoofde van het Sociaal Plan een uitkering van € 21.055,40 ontvangen, wat een redelijke vergoeding is, mede gezien de financiële situatie van Obdeijn met verliezen in 2001 en 2002 en een verwachte omzetdaling in 2003.
Het feit dat andere werknemers hogere vergoedingen kregen, doet hieraan niet af omdat toen nog geen Sociaal Plan bestond. Ook is er geen bewijs dat Obdeijn eiser substantieel heeft benadeeld. Verder heeft Obdeijn toegelicht dat herplaatsingsmogelijkheden binnen het concern beperkt waren en eiser heeft daar geen tegenbewijs voor geleverd.
De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten van Obdeijn.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.