ECLI:NL:RBSHE:2004:AR0094
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens werkvermindering na CWI-beslissing
Verzoekster, Moeskops' Bouwbedrijf B.V., verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerder, lid van de ondernemingsraad, op grond van werkvermindering. Het verzoek volgt op een ontslagvergunning van het CWI. Verweerder voert verweer tegen de ontbinding en stelt onder meer dat het CWI niet bevoegd was vanwege zijn ondernemingsraadlidmaatschap en dat hij recht heeft op een vergoeding.
De kantonrechter benadrukt dat de kantonrechter de beoordeling van het CWI respecteert en slechts kan afwijken bij nieuwe feiten, kennelijke misslagen, of onbevoegdheid van het CWI. In dit geval oordeelt de kantonrechter dat het CWI weliswaar onbevoegd was, waardoor de beslissing nietig is, maar dat de inhoudelijke beoordeling van het CWI over werkvermindering juist en redelijk is.
Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd dat er geen werkvermindering is of dat het ontslag onrechtmatig is vanwege het gebruik van ingehuurd personeel. Ook is geen onderscheidende situatie aangetoond die een vergoeding rechtvaardigt. Het verzoek tot ontbinding wordt daarom toegewezen zonder vergoeding, en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 26 juni 2004 zonder vergoeding, met compensatie van proceskosten.