ECLI:NL:RBSHE:2004:AT2705
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.M. de Vries
- R.C. Stijnen
- J.H.J. Evers
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens geestelijke stoornis bij doodslag en bedreiging
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk doden van het slachtoffer door het doorsnijden van de keel op 10 april 2000, en van bedreiging gepleegd in november 2003. Na uitgebreid technisch en gedragskundig onderzoek concludeerden deskundigen dat verdachte leed aan een ernstige, chronische geestesstoornis die hem ontoerekeningsvatbaar maakte.
Bewijs uit bloedspoorpatroononderzoek, pathologisch onderzoek en getuigenverklaringen toonde aan dat het slachtoffer niet zelfmoord pleegde, maar door een ander werd gedood. Verdachte kon niet verklaren waar hij zich bevond tijdens cruciale tijdstippen en droeg bloedspatten van het slachtoffer op zijn kleding. Diverse alternatieve scenario's werden door de rechtbank verworpen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en procesfouten, maar de rechtbank oordeelde dat het OM ontvankelijk bleef. De deskundigen waren het eens over de aanwezigheid van een ernstige geestesstoornis bij verdachte, die het handelen bepaalde en de toerekening van het feit in de weg stond.
De rechtbank sprak verdachte vrij van moord wegens gebrek aan toerekeningsvatbaarheid, verklaarde het subsidiaire feit van doodslag en het feit van bedreiging bewezen, maar ontsloeg verdachte van rechtsvervolging. Wel werd terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd vanwege het gevaar voor herhaling en de aard van de stoornis.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord wegens ontoerekeningsvatbaarheid en ontslagen van rechtsvervolging voor doodslag en bedreiging; terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd.