ECLI:NL:RBSHE:2005:AS8314

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
123369 KG ZA 05-119
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • S.J.G.N.M. Willard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot medewerking aan afgifte stoffelijk overschot conform laatste wil overledene

Eisers, familieleden van de overledene, vorderen dat gedaagde medewerking verleent aan de afgifte van het stoffelijk overschot van hun familielid, zodat deze kan worden overgebracht naar de Filippijnen voor begrafenis, conform de uitdrukkelijke wens van de overledene. De zaak betreft een verstekprocedure omdat gedaagde niet is verschenen.

De rechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. Er is geen testament of codicil, maar de wens van de overledene om in de Filippijnen begraven te worden is gemotiveerd en onbetwist. Het belang van de familie wordt erkend, mede gezien het lange onzekerheidsproces over het lot van hun familielid.

Het belang van gedaagde, die een contra-expertise in een strafzaak wenst, wordt erkend maar voldoende gewaarborgd doordat materiaal voor een contra-expertise beschikbaar is. De rechter legt een dwangsom op van maximaal €100.000 met matigingsbevoegdheid en veroordeelt gedaagde tot medewerking binnen twee dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden proceskosten aan gedaagde opgelegd.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan afgifte van het stoffelijk overschot binnen twee dagen na betekening, met dwangsom en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
VONNIS IN KORT GEDING
Zaaknummer : 123369 / KG ZA 05-119
Datum uitspraak: 1 maart 2005
Vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],
allen wonende te Cebu City te Filippijnen,
eisers bij exploot van dagvaarding van 24 februari 2005,
procureur mr. P.J.A.M. Baudoin,
advocaat mr. D. Gürses te Utrecht,
tegen:
[gedaagde],
zonder bekende woonplaats binnen Nederland,
thans verblijvende te Nieuwegein in de Penitentiaire Inrichting,
gedaagde bij gemeld exploot,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Eisers vorderen gedaagde te veroordelen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis:
- de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de afgifte van het stoffelijk overschot van [de vrouw] aan eisers, dan wel aan de door hen daarvoor aangewezen personen, dan wel;
- medewerking te verlenen aan het in bezit stellen van het stoffelijk overschot van [de vrouw] aan eisers dan wel;
- de noodzakelijke medewerking te verlenen voor overbrenging van het stoffelijk overschot van [de vrouw] uit Nederland naar de Filippijnen;
- een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per dag en onder veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Zij hebben daaraan het volgende ten grondslag gelegd. [de vrouw] is jarenlang vermist geweest. Justitie had het haar betreffende dossier afgesloten, maar na meer dan vier jaar heeft Justitie de zaak heropend en is het stoffelijk overschot van [de vrouw] gevonden in het huis van de broer van gedaagde, weduwnaar van [de vrouw]. Na onderzoek door het Nationaal Forensisch Instituut heeft Justitie het stoffelijke overschot onlangs vrijgegeven aan de familie van gedaagde. Deze wilde [de vrouw] in Nederland begraven. Eisers, de familie van [de vrouw], te weten haar vader, broer, twee zussen en een oom, hebben zich daartegen verzet en beslag gelegd op het stoffelijke overschot.
Het was de uitdrukkelijke wens van [de vrouw] om na haar overlijden te worden begraven op de Filippijnen. Eisers hebben er belang bij dat aan de wens van hun overleden familielid wordt voldaan en hebben de afgelopen jaren al veel verdriet, leed en pijn ondervonden. Voorts lijden zij financiële schade, nu voor elke dag dat het stoffelijke overschot in bewaring wordt gehouden € 75,-- moet worden betaald.
1.2. Gedaagde is ondanks behoorlijke oproeping niet ter zitting verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
1.3. De advocaat van eisers heeft de vordering ter terechtzitting toegelicht, mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities en producties.
1.4. Eisers hebben vonnis gevraagd.
2. De beoordeling van de vordering
2.1. De Nederlandse rechter is bevoegd van de onderhavige vorderingen kennis te nemen.
2.2. De vordering komt de rechter onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze kan worden toegewezen.
2.3. Ten overvloede wordt het navolgende overwogen. Uitgangspunt bij de beoordeling van deze vordering is de laatste wil van de overledene. Die laatste wil kan bijvoorbeeld zijn neergelegd in een testamant of codicil. Van het bestaan daarvan is in de onderhavige zaak niets gesteld of gebleken. Eisers hebben echter gemotiveerd gesteld dat het de wens van [de vrouw] was om na haar overlijden op de Filippijnen begraven te worden. In deze verstekzaak is deze stelling onweersproken. Naast de wens van de overledene komt ook belang toe aan het navolgende. Gelet op het dramatische karakter van de onderhavige zaak, waarbij de familie van [de vrouw] op de Filippijnen jarenlang in onzekerheid heeft verkeerd over het lot van hun familielid in Nederland, waarna zij uiteindelijk moesten vernemen dat [de vrouw] was overleden en was begraven in het huis van de broer van haar weduwnaar, levert een en ander voldoende belang op voor een toewijzing van de vordering. Het blijkens de dagvaarding aan de zijde van de gedaagde aanwezige belang - de mogelijkheid van een contra-expertise in de tegen gedaagde ingestelde strafzaak - kan daaraan niet afdoen. Aan dit belang van gedaagde - naar de rechter begrijpt een beroep op het fair trial beginsel zoals neergelegd in artikel 6 van Pro het EVRM - wordt voldoende tegemoet gekomen, nu eisers onbetwist hebben gesteld dat er voor een eventuele contra-expertise voldoende materiaal is achtergehouden.
2.4. De gevorderde dwangsom wordt gelimiteerd als na te melden. Aan de gevorderde dwangsommen worden een maximum en een rechterlijke matigingsbevoegdheid van de hierna te vermelden inhoud verbonden.
2.5. De vordering komt voor het overige noch onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze kan worden toegewezen.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de afgifte van het stoffelijk overschot van [de vrouw] aan eisers, danwel aan de door hen daarvoor aangewezen personen;
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van een dwangsom ten bedrage van € 2.500,-- voor elke dag en iedere keer, dat gedaagde in strijd zal handelen met voornoemd gebod of enig gedeelte daarvan, met dien verstande:
- dat boven de som van € 100.000,-- geen dwangsommen meer worden verbeurd;
- dat deze dwangsomsanctie vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;
- dat deze dwangsomsanctie slechts zal gelden na betekening van dit vonnis aan gedaagde;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de wederpartij begroot op € 842,93, waarvan € 527,-- salaris procureur en € 315,93 verschotten;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.G.N.M. Willard, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.