ECLI:NL:RBSHE:2005:AT2671
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.H. Renneberg
- J. Buhrs
- G.A.F.M. Wouters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs gevaarlijke montage torenkraan met kleine fundering
Op 31 oktober 2002 vond in Cuijk een incident plaats waarbij een torenkraan omviel tijdens de montage, met dodelijke en zware verwondingen tot gevolg voor werknemers. Verdachte, als werkgever, werd ervan beschuldigd de montage niet veilig te hebben laten plaatsvinden, in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en het Arbeidsomstandighedenbesluit, onder meer omdat de fundering kleiner was dan voorgeschreven door de fabrikant.
De officier van justitie stelde dat verdachte wist of had moeten weten dat de fundering onvoldoende was, waardoor zij schuld had aan het ontstaan van gevaar voor de werknemers. Het instructieboek van de fabrikant Potain gaf een minimale funderingsafmeting aan die groter was dan de gebruikte fundering.
De rechtbank oordeelde echter dat uit het dossier niet bleek dat verdachte op de hoogte was of redelijkerwijs had moeten zijn van deze instructies en gevaren. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte schuld had aan het incident.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en wees de vordering van de officier van justitie af. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige economische kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 16 maart 2005.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wist of had moeten weten van het gevaar bij de montage van de torenkraan.