ECLI:NL:RBSHE:2005:AT5198
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over afgebroken onderhandelingen en toepasselijke rechterlijke bevoegdheid
In deze zaak vordert Pingo dat Boparan wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens het ongeoorloofd afbreken van onderhandelingen over een overname. Pingo baseert haar vordering op een vrijwillig aangegane verbintenis, vastgelegd in een Heads of Agreement, waarin afspraken over voortzetting van onderhandelingen zijn gemaakt.
Boparan stelt in een incident dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is omdat de Engelse rechter bevoegdheid heeft op grond van artikel 2 sub Pro 1 van de EG-Verordening nr. 44/2001 (EEX-Vo). Pingo betwist dit en beroept zich op artikel 5 sub Pro 1a dan wel 5 sub 3 EEX-Vo, omdat het geschil voortkomt uit een overeenkomst of onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van Pingo kwalificeert als een vordering uit overeenkomst, maar dat de plaats van uitvoering van de verbintenis (voortzetting van onderhandelingen) niet eenduidig kan worden vastgesteld omdat onderhandelingen op meerdere locaties en via diverse communicatiemiddelen hebben plaatsgevonden. Gezien de restrictieve uitleg van uitzonderingen op de hoofdregel dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is, verklaart de rechtbank zich onbevoegd en wijst de zaak toe aan de Engelse rechter.
Pingo wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident en de nodeloos veroorzaakte vastrechtkosten in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen en verwijst de zaak naar de Engelse rechter.