ECLI:NL:RBSHE:2005:AT7198

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
122512/FT-RK 05.201
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a lid 1 FwArt. 284 FwArt. 285 lid 1 sub e FwArt. 3 lid 1 FwArt. 3 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring en behandeling schuldsaneringsverzoek volgens artikel 3a lid 1 Faillissementswet

De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft op 30 maart 2005 het verzoek tot faillietverklaring van de verweerder behandeld. De verweerder was aanwezig bij de zitting van 9 maart en vertegenwoordigd bij de zitting van 30 maart. Uit de erkenning en opgaven van de verweerder bleek dat hij niet langer aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.

De gemachtigde van de verweerder stelde dat op grond van artikel 3a lid 1 van de Faillissementswet de behandeling van het faillissementsrekest moest worden aangehouden vanwege een ingediend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat het schuldsaneringsverzoek incompleet was en pas na de wettelijke termijn was ingediend, waardoor het niet als aanhangig kon worden beschouwd.

De rechtbank wees erop dat het enkele toezenden van het schuldsaneringsverzoek niet automatisch leidt tot schorsing van de faillissementsprocedure. Tevens werd opgemerkt dat de verweerder nog een omzettingsverzoek kan indienen volgens artikel 15b Faillissementswet. De rechtbank stelde de curator aan en verklaarde de verweerder in staat van faillissement, waarbij Nederland als lidstaat werd erkend waar de insolventieprocedure is geopend.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de verweerder failliet en wijst het verzoek tot schorsing op grond van het schuldsaneringsverzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
sector civiel recht
VONNIS FAILLIETVERKLARING
Rekestnummer : 122512/FT-RK 05.201
Faillissementsnummer: 05/237 F
De rechtbank 's-Hertogenbosch.
Gezien het verzoekschrift, ingediend ter griffie van deze rechtbank op 7 februari 2005 door de procureur mr. B.M. Lips te Sint Oedenrode namens:
STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID
gevestigd te Amsterdam
STICHTING VORSTRISICOFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID
gevestigd te Amsterdam
STICHTING SCHOLINGSFONDS VOOR HET BOUWBEDRIJF
gevestigd te Amsterdam
STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID
gevestigd te Amsterdam
STICHTING AANVULLINGSFONDS WW VOOR DE BOUWNIJVERHEID
gevestigd te Amsterdam
STICHTING VROEGPENSIOENFONDS VOOR HET BOUWBEDRIJF
gevestigd te Amsterdam,
strekkende tot faillietverklaring van:
[verweerder]
[adres]
[woonplaats]
Bij beschikking van deze rechtbank van 7 februari 2005 is de oproeping van gerekestreerde bevolen. Hij is vervolgens ter zitting van 9 maart in persoon verschenen en ter zitting van 30 maart bij gemachtigde, mr. Zondervan.
Uit de erkentenis en opgaven van schuldenaar ter zitting van 9 maart is summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van schuldeisers, en feiten en omstandigheden die aantonen, dat gerekestreerde verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen; dit is door de gemachtigde op de laatste zitting nogmaals erkend.
Gemachtigde heeft ter zitting echter aangegeven -kort samengevat en desgevraagd- dat de behandeling van het faillissementsrekest moet worden aangehouden nu hij namens gerekestreerde per fax van 25 maart jl. een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling heeft gedaan. Volgens de gemachtigde staat artikel 3a lid 1 van de Faillissementswet aan beslissing op het faillissementsrekest in de weg daar het schuldsaneringsverzoek voor zou gaan op grond van die regel.
De rechtbank deelt dit standpunt niet. Vast staat dat het verzoekschrift als bedoeld in artikel 284 Fw Pro eerst na het verstrijken van de termijn van veertien dagen bedoeld in artikel 3 lid 1 Fw Pro is ingediend. Derhalve is de rechtbank niet gehouden op de voet van artikel 3 lid 2 Fw Pro de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring te schorsen. Van een gelijktijdig aanhangig zijn van een faillissementsrekest en een schuldsaneringsverzoek in de zin van artikel 3a Fw is geen sprake, nu het enkele toezenden van een dergelijk verzoek -nog daargelaten dat het niet aan de vereisten van 284 Fw voldoet nu een beredeneerde verklaring in de zin van artikel 285 lid Pro 1 e ontbreekt- nog niet maakt dat het schuldsaneringsverzoek 'aanhangig' , de rechtbank leest dit als in behandeling genomen, is. Verwezen wordt naar de conclusie van de Advocaat-Generaal in de uitspraak van de Hoge Raad van 18 februari 2000 die stelt dat het indienen van een schuldsaneringsverzoek na het verstrijken van voornoemde termijn geen schorsende werking heeft. De rechtbank merkt hierbij nog op dat een dergelijk effect ook, gelet op alle eerdere mogelijkheden die gerekestreerde heeft gehad tot het -wel tijdig- indienen van een verzoek, uit oogpunt van een voortvarende afhandeling van een faillissementsverzoek zeer onwenselijk zou zijn, nu de uitleg van de gemachtigde er toe zou moeten leiden dat elke uiting ter zitting dat men een schuldsaneringsverzoek doet voldoende zou moeten zijn voor een ambtshalve schorsing.
Ten overvloede wordt verder nog opgemerkt dat gerekestreerde zonodig een omzettingsverzoek in de zin van artikel 15b Fw kan doen.
De rechtbank is tenslotte gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie betreffende insolventie procedures (hierna IVO) bevoegd deze insolventieprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van gerekestreerde in Nederland ligt.
BESLISSENDE:
Verklaart:
[verweerder]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres]
handelend onder de naam PANNENDEKKERSBEDRIJF VAN SCHIJNDEL,
zaakdoende te 5591 EN Heeze, Burgemeester Coxlaan 1,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven onder nummer 17072602,
in staat van faillissement.
Benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank
mr. O.R.M. van Dam.
Stelt aan tot curator mr. G. te Biesebeek, advocaat en procureur te Budel.
Gelast de curator om de aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen te openen.
Verstaat dat Nederland de lidstaat in de zin van artikel 4 IVO Pro is waar de insolventieprocedure is geopend.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, rechter in deze rechtbank en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2005, in tegenwoordigheid van mr. L.E. van der Weij, griffier.