ECLI:NL:RBSHE:2005:AT9852
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op relatieve onbevoegdheid rechtbank in civiele zaak over schadevergoeding
In deze civiele procedure vordert de vrouw schadevergoeding van de man, die strafrechtelijk is veroordeeld wegens verkrachting. De man stelde in een incident dat de rechtbank ’s-Hertogenbosch relatief onbevoegd was om van de hoofdzaak kennis te nemen. Hij motiveerde dit echter niet en gaf ook geen alternatieve bevoegde rechtbank aan.
De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat zij toestemming gaf voor conservatoir beslag op het onroerend goed van de man in haar rechtsgebied haar alternatieve bevoegdheid geeft. Omdat de man niet heeft aangegeven welke rechtbank volgens hem wel bevoegd is, wordt het beroep op relatieve onbevoegdheid afgewezen.
Daarnaast stelde de man een exceptie van nietigheid van de dagvaarding op, maar dit kan alleen in de hoofdzaak worden aangevoerd. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in dat onderdeel van zijn incidentele vordering.
De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van de kosten van het incident en bepaalt dat de hoofdzaak op een later moment zal worden voortgezet met een comparitie van partijen.
Uitkomst: Het beroep op relatieve onbevoegdheid wordt afgewezen en de man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn exceptie van nietigheid van de dagvaarding.