ECLI:NL:RBSHE:2005:AT9857
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op onbevoegdheid rechtbank wegens arbitrageregeling in algemene voorwaarden
In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart vanwege een arbitrageregeling opgenomen in de algemene leveringsvoorwaarden tussen partijen. De gedaagde beroept zich op artikel 21 van Pro de Leveringsvoorwaarden voor de Grafische Industrie, waarin een arbitraal beding is opgenomen.
De eiseres voert verweer dat het beroep op onbevoegdheid niet tijdig is ingediend. Volgens haar had de gedaagde dit verweer moeten aanvoeren in de eerste schriftelijke conclusie, conform artikel 1022 lid 1 Rv Pro. en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank stelt vast dat de gedaagde dit verweer pas later in de procedure heeft ingebracht, namelijk niet in de eerste conclusie maar pas in een latere incidentele conclusie.
De rechtbank oordeelt dat door het eerder indienen van een conclusie tot vrijwaring zonder beroep op onbevoegdheid, de gedaagde impliciet de bevoegdheid van de rechtbank heeft aanvaard. Het beroep op onbevoegdheid wordt daarom afgewezen. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van het incident wegens het nodeloos veroorzaken daarvan.
De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling in de hoofdzaak, met een comparitie van partijen gepland. Het vonnis is uitgesproken door rechter W.M. Callemeijn op 20 juli 2005.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op onbevoegdheid af en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten.