ECLI:NL:RBSHE:2005:AU1358
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tegen voornemen gunning openbaar vervoerconcessies in Noord-Brabant
De Provincie Noord-Brabant schreef op 14 april 2005 een Europese aanbesteding uit voor openbaar vervoerconcessies verdeeld over vijf percelen. BBA, die het vervoer decennia lang verzorgde, deed op alle percelen mee. De Provincie maakte op 15 juli 2005 het voornemen bekend om de percelen 1 en 3 aan Connexxion, perceel 2 aan Arriva en de percelen 4 en 5 aan Hermes te gunnen, en niet aan BBA.
BBA startte een kort geding tegen dit voornemen en vorderde intrekking van de aanbestedingsprocedure en het gunningsvoornemen. BBA stelde dat de procedure onrechtmatig was vanwege onder meer wijziging van gunningscriteria en een ondeugdelijk prijssysteem. Connexxion en Arriva intervenieerden en voerden aan dat BBA niet-ontvankelijk was omdat bezwaar en beroep pas openstaan tegen de definitieve concessiebeschikking bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
De rechtbank oordeelde dat de Provincie ten onrechte meende dat tegen het voornemen civielrechtelijk beroep openstond. Volgens artikel 6:3 Awb Pro is tegen voorbereidingsbesluiten geen beroep mogelijk, en het CBb is exclusief bevoegd voor geschillen over concessiebeschikkingen. De civiele rechter is niet bevoegd om over het voornemen te oordelen. Daarom verklaarde de rechtbank BBA niet-ontvankelijk. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: BBA is niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen het gunningsvoornemen van de Provincie.