ECLI:NL:RBSHE:2005:AU2862
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.W.P. van Gelder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek beëindiging partneralimentatie op grond van Wet limitering na scheiding
Partijen zijn gehuwd geweest en het huwelijk is medio 1993 ontbonden. Bij beschikking is een alimentatieverplichting opgelegd die later door het gerechtshof is verlaagd. De man verzoekt de alimentatie te beëindigen per begin 2006 op grond van de Wet limitering na scheiding, stellende dat de termijn van 15 jaar inmiddels is verstreken inclusief de periode van voorlopige voorzieningen.
De vrouw verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de periode van voorlopige voorzieningen niet mag worden meegerekend en dat de man niet-ontvankelijk is omdat hij niet de juiste wijzigingsgronden heeft aangevoerd. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelt dat de termijn van 15 jaar pas begint te lopen vanaf de definitieve concretisering van de onderhoudsplicht, namelijk de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking medio 1993.
De rechtbank concludeert dat de termijn van 15 jaar derhalve pas medio 2008 verstrijkt. Ook het subsidiaire verzoek tot nihilstelling of wijziging per begin 2006 wordt afgewezen omdat het verzoek prematuur is en onzekerheden over de toekomstige omstandigheden bestaan. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de partneralimentatie per begin 2006 wordt afgewezen; de termijn van 15 jaar verstrijkt medio 2008.