ECLI:NL:RBSHE:2005:AU6761

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01/050468-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 307 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken aanmerkelijke verwijtbaarheid bij dodelijk quadongeval met kinderen onder toezicht

De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het ter beschikking stellen van een quad aan kinderen jonger dan twaalf jaar die onder zijn toezicht stonden, wat leidde tot een dodelijk ongeval. De tenlastelegging betrof onder meer het niet voorkomen dat de kinderen de quad gebruikten zonder beschermende kleding en het niet voorkomen dat zij de openbare weg opreden, resulterend in het overlijden van een kind.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verdachte op het moment van het ongeval niet thuis was. Hoewel verdachte wist dat de quad ongeschikt en gevaarlijk was voor kinderen van die leeftijd, kon de rechtbank op basis van de feiten niet vaststellen dat verdachte een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid had betracht.

De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 14 november 2005.

Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens ontbreken van aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid bij het ter beschikking stellen van een quad aan kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH
Parketnummer: 01/050468-04
Uitspraakdatum: 14 november 2005
STRAFVONNIS
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
(verdachte)
geboren te (geboortedatum) 1969,
wonende [adres]
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van
31 oktober 2005.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 september 2005.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, op of omstreeks 27
september 2004 te Nistelrode, gemeente Bernheze, grovelijk, althans
aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig een Quad, zijnde een
gemotoriseerd voertuig,
- aan een of meer aan zijn, verdachtes en/of zijn mededaders zorg en/of
toezicht en/of waakzaamheid toevertrouwde kinderen beneden de leeftijd van 12
jaar, te weten (dochter) (geboren (geboortedatum) 1996) en/of (slachtoffer). (geboren (geboortedatum) 1995), voor direct gebruik ter beschikking heeft
gesteld en/of
- niet heeft voorkomen dat (een van) voornoemde kinderen gebruik kon(den)
maken van die Quad en/of
- heeft toegelaten dat (een van) die kinderen gebruik maakte(n) van die Quad
en/of
-geen, althans onvoldoende toezicht heeft uitgeoefend en/of
- niet heeft zorggedragen dat die kinderen toen bij het gebruik van die Quad
beschermende kleding en/of een helm droegen en/of
- niet heeft voorkomen dat die, door een van die kinderen (dochter)
bestuurde Quad, waarop beide genoemde kinderen gezeten waren, de openbare weg,
de (straat), op kon rijden,
(mede) waardoor de door die (dochter) bestuurde, hierboven bedoelde Quad,
waarop beide genoemde kinderen gezeten waren vanuit een uitrit van het perceel
(adres) (deels) de openbare weg (straat) op reed, waar op dat
moment een personenauto (Volvo) reeds dicht was genaderd, en er (vervolgens)
een aanrijding ontstond tussen die personenauto en die Quad tengevolge waarvan
(slachtoffer) van die Quad is gevallen, waardoor het (mede) aan
zijn, verdachtes schuld te wijten is geweest dat die (slachtoffer) zodanig
letsel, te weten schedelletsel, heeft bekomen dat deze (mede) aan de gevolgen
daarvan is overleden.
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De bewijsbeslissing.
Naar het oordeel van de rechtbank kan aan verdachte weliswaar het verwijt worden gemaakt dat verdachte een gemotoriseerd voertuig, te weten een quad, aan kinderen die nog geen twaalf jaar oud waren en aan zijn toezicht en waakzaamheid waren toevertrouwd, ter beschikking heeft gesteld voor direct gebruik, terwijl verdachte wist dat dit voertuig aangemerkt diende te worden als ongeschikt en gevaarlijk voor het gebruik door kinderen van (ongeveer) eenzelfde leeftijd als zijn eigen kinderen en het slachtoffer (slachtoffer), maar uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat verdachte op of omstreeks het tijdstip van het ongeval, tengevolge waarvan (slachtoffer) is overleden, op 27 september 2004 te omstreeks 17.15 uur niet thuis was. Gelet op deze omstandigheid kan aan verdachte geen aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid worden verweten.
De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
DE UITSPRAAK
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.C.M. de Klerk, voorzitter,
mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend en mr. H.E.G. Peters, leden,
in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier
en is uitgesproken op 14 november 2005.