ECLI:NL:RBSHE:2005:AV1039
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Lührman
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Duitse recht op arbeidsovereenkomst ondanks woonplaats werknemer in Nederland
In deze zaak staat de vraag centraal welk recht van toepassing is op een arbeidsovereenkomst waarbij partijen uitdrukkelijk voor Duits recht kozen, terwijl de werknemer in Nederland woonde en werkzaamheden verrichtte voor een Duitse vennootschap. De kantonrechter verwijst naar het Europees Overeenkomstenverdrag (EVO) en beoordeelt of deze rechtskeuze rechtsgeldig is en de toepasselijkheid van het Nederlandse recht uitsluit.
De kantonrechter stelt vast dat volgens artikel 3 EVO Pro partijen een rechtskeuze mogen maken, en dat artikel 6 EVO Pro bepaalt dat deze keuze niet mag leiden tot verlies van dwingende beschermende bepalingen van het recht dat anders van toepassing zou zijn. De werknemer voerde aan dat het Nederlandse recht vanwege deze beschermingsbepalingen toch van toepassing zou moeten zijn, mede met verwijzing naar het BBA.
Uit de feiten blijkt echter dat de werknemer in dienst trad bij een Duitse vennootschap, haar instructies vanuit Duitsland ontving en haar werkzaamheden zich richtten op België, niet Nederland. De Nederlandse vennootschap fungeerde slechts als tussenpersoon voor salarisbetalingen. De kantonrechter concludeert dat het Duitse recht van toepassing blijft en wijst de vorderingen van de werknemer af. Tevens wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat het Duitse recht van toepassing is en wijst de vorderingen van de werknemer af.