ECLI:NL:RBSHE:2005:AY5183
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.H. Bruggink
- S. Riemens
- P.P.M. van Reijsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering eigenaresse paard wegens exoneratieclausule bij letsel door nagel op wedstrijdpiste
Tijdens de FEI wereldbeker dressuurwedstrijd georganiseerd door Indoor Brabant op 25 maart 2000, liep het paard "X" een verwonding op door een 5 cm lange nagel in de bodem van de wedstrijdpiste. De eigenaresse van het paard stelde Indoor Brabant aansprakelijk voor de schade die het paard hierdoor zou hebben geleden.
De rechtbank stelde vast dat Indoor Brabant als bezitter van een gebrekkige roerende zaak aansprakelijk is op grond van artikel 6:173 BW Pro. De nagel in de bodem vormde een bijzonder gevaar dat zich had verwezenlijkt. De vraag of Indoor Brabant schuld had was niet relevant vanwege de risicoaansprakelijkheid.
Indoor Brabant beriep zich echter op een exoneratieclausule in het FEI-goedgekeurde wedstrijdreglement, dat onderdeel uitmaakt van de overeenkomst tussen partijen. De rechtbank oordeelde dat deze clausule rechtsgeldig is, tijdig kenbaar is gemaakt en niet onredelijk bezwarend is. De eigenaresse kon zich niet beroepen op vernietiging van het beding wegens verjaring.
Daarom werden de vorderingen afgewezen. De eigenaresse werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank concludeerde dat de exoneratieclausule de aansprakelijkheid van Indoor Brabant uitsluit, ondanks de geconstateerde gebrekkige bodem en het letsel van het paard.
Uitkomst: De vorderingen van de eigenaresse worden afgewezen vanwege een geldige exoneratieclausule in het wedstrijdreglement.