ECLI:NL:RBSHE:2006:AV2594
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsrecht op opzegtermijn volgens artikel XXI Wet Flexibiliteit en Zekerheid
Eiser, sinds 1992 in dienst bij zijn werkgever, kreeg op 31 januari 2005 ontslag aangezegd. Hij verzocht het UWV de loonbetalingsverplichting over te nemen vanaf 1 januari 2006 vanwege het faillissement van zijn werkgever. Het UWV hanteerde een opzegtermijn van negen weken, gebaseerd op het overgangsrecht van artikel XXI van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Flexwet).
Eiser stelde dat hij recht had op een langere opzegtermijn van 22 weken, verwijzend naar de oude artikelen 7:671 e.v. BW en een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank onderzocht de wetsgeschiedenis en jurisprudentie en concludeerde dat artikel XXI Flexwet de opzegtermijn fixeert op de situatie per 1 januari 1999, zolang de werknemer bij dezelfde werkgever in dienst blijft.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat de langere opzegtermijn onverkort blijft gelden en bevestigde dat het overgangsrecht een gefixeerde termijn biedt die niet kan worden overschreden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bleef in stand. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de opzegtermijn wordt vastgesteld op negen weken volgens artikel XXI van de Flexwet.