ECLI:NL:RBSHE:2006:AV3336
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- W.C.E. Winfield
- J.H.G. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling besluit onttrekking Kattenbergse brug aan openbaar verkeer en nadeelcompensatie
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde op 27 februari 2006 meerdere beroepen tegen het besluit van 29 maart 2005 van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om de weg over de Kattenbergse brug aan het openbaar verkeer te onttrekken. Eiser sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet tijdig tegen eerdere besluiten was opgekomen en eiseres sub 4 eveneens wegens gebrek aan belang.
De rechtbank overwoog dat de eerder door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde besluiten gebreken vertoonden omdat onvoldoende inzicht bestond in de onevenredige gevolgen en compensatie. Het bestreden besluit was echter gebaseerd op taxatierapporten die voldoende inzicht boden in de financiële gevolgen voor omwonenden en bedrijven. De rechtbank vond dat het besluit voldoende zekerheid bood dat onevenredige schade zal worden vergoed.
Daarnaast werd overwogen dat de aanleg van een nieuwe weg als compenserende maatregel voldoende zekerheid biedt en dat de brug niet zal worden verwijderd voordat deze weg is gerealiseerd. Verkeersgegevens uit 1995 werden als nog relevant en marginaal beoordeeld, en de door eisers aangevoerde bezwaren tegen de rapporten en kostenramingen werden niet gegrond bevonden.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit aan de rechterlijke toets kan voldoen en dat het college van gedeputeerde staten in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. De beroepen werden, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen zijn, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard en het besluit tot onttrekking van de Kattenbergse brug aan het openbaar verkeer blijft in stand.