ECLI:NL:RBSHE:2006:AV4743
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- A.W. Govers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking en stopzetting WAO-uitkering
Verzoeker ontvangt sinds 1986 een WAO-uitkering. Een arbeidskundig onderzoek concludeerde dat de uitkering vanaf 1 mei 2000 ten onrechte werd verstrekt. Verweerder stopzette de uitkering per 1 februari 2006 en trok deze met terugwerkende kracht in vanaf 1 mei 2000. Verzoeker maakte bezwaar tegen de intrekking en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat voor het treffen van een voorlopige voorziening een spoedeisend belang vereist is, wat hier ontbreekt voor de terugwerkende intrekking. Een betalingsregeling kan voorzien in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Het verzoek wordt daarom afgewezen voor de intrekking over de verleden periode.
Voor de stopzetting per 1 februari 2006 is geen besluit genomen, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. De rechter benadrukt dat besluitvorming in de juiste volgorde moet plaatsvinden: eerst schorsing of beëindiging van de uitkering met ingang van een actuele datum, daarna intrekking met terugwerkende kracht, en eventueel terugvordering.
De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking wordt afgewezen en het verzoek tegen stopzetting niet-ontvankelijk verklaard.