ECLI:NL:RBSHE:2006:AW2568
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G.Th. Lindeman - Verhaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling WAO-suppletie na stopzetting wegens onvoldoende reïntegratie
De werknemer trad in 1985 in dienst en viel in 2000 uit wegens ziekte met een burn-out. De werkgever betaalde een aanvullende WAO-uitkering volgens een suppletieregeling, maar stopte deze per 1 september 2004 omdat de werknemer onvoldoende meewerkte aan haar reïntegratie.
De werknemer vorderde betaling van de suppletie vanaf die datum, stellende dat de werkgever geen aanvullende voorwaarden aan de suppletie mocht verbinden en dat de suppletie voortvloeide uit een verzekeringsovereenkomst, waardoor het geen loon zou zijn.
De werkgever stelde dat de suppletie loon is in de zin van de CAO en dat de sanctiebepalingen van toepassing zijn die betaling kunnen stopzetten bij onvoldoende medewerking aan reïntegratie.
De rechtbank oordeelde dat de sanctiebepalingen ook op de suppletie van toepassing zijn en dat de werkgever een gegronde reden had om de betaling stop te zetten vanwege de stelselmatige weigering van de werknemer om mee te werken aan reïntegratie, mede gelet op het advies van het UWV en het voortijdig afbreken van het reïntegratietraject.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de WAO-suppletie wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan reïntegratie.