ECLI:NL:RBSHE:2006:AW2655
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid aan moord en hulp bij zelfdoding wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens medeplichtigheid aan moord, levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding van het slachtoffer. Het slachtoffer was overleden aan een vergiftiging met heroïne en methadon. Verdachte zou middelen hebben verschaft en betrokken zijn geweest bij het injecteren van de stoffen.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen was dat verdachte de heroïne of methadon aan het slachtoffer had toegediend. Ook was niet vastgesteld dat verdachte een injectiespuit had verschaft. Verdachte had slechts enkele bolletjes heroïne meegenomen uit de woning van het slachtoffer, maar verklaarde dit om problemen met een mededader te voorkomen. Uit gesprekken bleek dat het slachtoffer niet tot zelfdoding wilde overgaan.
Verdachte had bovendien de politie gewaarschuwd uit vrees voor een dreigend overlijden, wat het oordeel versterkte dat hij het risico van zelfdoding niet heeft aanvaard. De officier van justitie eiste vrijspraak voor het primair en subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank volgde dit en sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
De zaak werd behandeld in een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch, met drie zittingen tussen september 2005 en april 2006. Het vonnis werd uitgesproken op 21 april 2006. De dagvaarding en bevoegdheid van de rechtbank werden als rechtsgeldig beoordeeld, evenals de ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan moord, levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding wegens onvoldoende bewijs.