ECLI:NL:RBSHE:2006:AW4336
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. Callemeijn
- I.L. Haverkate
- J.F.M. Pols
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding termijn door staat Bangladesh
In deze civiele procedure stond centraal of en wanneer de verzettermijn door de staat Bangladesh was aangevangen na het verstekvonnis van 14 mei 2003. Bangladesh betwistte dat zij op het moment van het inroepen van rechtsbijstand bekend was met de hoofdinhoud van het vonnis. De rechtbank oordeelde dat het lezen van de Engelse vertaling van het verstekvonnis en het vervolgens inschakelen van rechtsbijstand als daden van bekendheid gelden.
Bangladesh had op 15 september 2003 de vertaling van het vonnis ontvangen en contact opgenomen met een notaris voor juridische bijstand. Dit leidde tot het oordeel dat de verzettermijn van acht weken op die datum was aangevangen. Het verzet werd pas op 15 november 2004 ingesteld, ruim na het verstrijken van deze termijn.
De rechtbank verklaarde het verzet daarom niet-ontvankelijk en wees de incidentele vordering van Tulip toe. Tevens werd Bangladesh veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 26 april 2006.
Uitkomst: Het verzet van Bangladesh wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.