ECLI:NL:RBSHE:2006:AX1361
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens ernstige zwakbegaafdheid veroordeelde
De zaak betreft een kort geding waarin de veroordeelde bezwaar maakt tegen de omzetting van zijn resterende taakstraf in 71 dagen vervangende hechtenis. Op basis van een psychologisch rapport is voorshands aannemelijk dat de veroordeelde ernstig zwakbegaafd is (IQ < 70), wat mogelijk een rol heeft gespeeld bij het niet volledig uitvoeren van de taakstraf.
De voorzieningenrechter overweegt dat deze bijzondere omstandigheid en het risico op onevenredige nadelige gevolgen, zoals het verlies van werk, voldoende bijzondere redenen vormen om de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te schorsen. Dit ondanks dat de wetgever in principe de tenuitvoerlegging tijdens bezwaarprocedures voorschrijft, is er ruimte voor schorsing bij zeer bijzondere omstandigheden.
De rechter wijst de vordering tot schorsing toe en veroordeelt de Staat in de proceskosten. De vordering tot betaling van een dwangsom wordt afgewezen omdat verwacht mag worden dat de Staat deze uitspraak zal naleven. De schorsing geldt tot de rechtbank een beslissing neemt over het bezwaar van de veroordeelde.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis wordt geschorst tot het bezwaar is beslist.