ECLI:NL:RBSHE:2006:AX9587
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit beëindiging Ioaz-uitkering wegens ontbreken wettelijke grondslag Anw als voorliggende voorziening
Eiser had een Ioaz-uitkering die door verweerder per 27 maart 2004 werd beëindigd met terugvordering van de uitkering over de periode mei 2004 tot juli 2005. Verweerder stelde dat eiser verplicht was een Anw-uitkering aan te vragen omdat deze een voorliggende voorziening zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de Ioaz, als sociale voorziening ter aanvulling van het inkomen tot het sociale minimum, niet dezelfde weigerings- of beëindigingsgronden kent als de Wwb, en dat de Anw niet als voorliggende voorziening geldt binnen de Ioaz.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen wettelijke grondslag had om de Ioaz-uitkering te beëindigen vanwege het ontvangen van een Anw-uitkering. Ook ontbrak een deugdelijke motivering van het besluit. Eiser had aangevoerd dat er afspraken waren over uitbetaling van de Anw-uitkering aan de gemeente, die de Ioaz-uitkering aan eiser zou betalen, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank wees het verzoek af om de Ioaz-uitkering te laten herleven na beëindiging van de Anw-uitkering, omdat herleving alleen mogelijk is bij nieuwe werkloosheid na werkhervatting. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ioaz-uitkering wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.