ECLI:NL:RBSHE:2006:AY1933
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsverkrachting, veroordeling ontuchtige handelingen minderjarige
De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde groepsverkrachtingsfeit omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat sprake was van dwang zoals vereist onder artikel 242 Sr Pro. Uit verklaringen bleek dat het slachtoffer vrijwillig met de jongens mee was gegaan en dat er geen sprake was van opsluiting of geweld. Wel was sprake van vergaande seksuele handelingen door meerdere jongens zonder expliciete instemming van het slachtoffer.
Subsidiair werd verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige van twaalf tot zestien jaar, bestaande uit seksueel binnendringen. De rechtbank achtte dit feit wettig en overtuigend bewezen en strafbaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, het leed van het slachtoffer en de jeugdige leeftijd van verdachte.
De opgelegde straf bestaat uit een gevangenisstraf van acht maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde dat verdachte zich aan aanwijzingen van de reclassering houdt. Daarnaast werd een werkstraf van 80 uur opgelegd, met een subsidiële hechtenis van 40 dagen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, die zij bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van groepsverkrachting, veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf deels voorwaardelijk en werkstraf voor ontuchtige handelingen met minderjarige.