ECLI:NL:RBSHE:2006:AY4329
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- P.H.C.M. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Schorsing ontheffing doden overzomerende brandganzen wegens onvoldoende motivering belangrijke schade
Verzoekster maakte bezwaar tegen besluiten van 19 mei 2006 waarbij ontheffing werd verleend voor het doden van brandganzen op gronden in de provincie Noord-Brabant. De ontheffingen waren bedoeld om schade aan grasland en wintertarwe te voorkomen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van belangrijke schade, omdat de schade niet voldoende werd gerelateerd aan de oppervlakte of opbrengst van de percelen.
Daarnaast was niet overtuigend aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen mogelijk waren dan afschot, mede omdat controle op preventieve maatregelen pas na activatie van de machtiging plaatsvindt. Het Faunafonds had geadviseerd om ontheffing te verlenen tot 1 oktober 2006, maar het Faunabeheerplan 2006-2011 bevatte geen deugdelijke onderbouwing voor regulering van brandganzen in de zomerperiode.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd en handhaafde de eerdere schorsing van de ontheffingen tot zes weken na de bekendmaking van de besluiten op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: De ontheffing voor het doden van brandganzen wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en bewijs van belangrijke schade en het ontbreken van andere bevredigende oplossingen.