ECLI:NL:RBSHE:2006:AY6503
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening en vaststelling vergoedingsvordering op grond van huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een geschil tussen ex-echtgenoten over de verrekening en vergoedingsvorderingen voortvloeiend uit hun huwelijkse voorwaarden na hun echtscheiding. De procedure volgde op een eerdere beschikking waarbij de echtscheiding was uitgesproken en nevenvoorzieningen waren vastgesteld, maar verrekening was aangehouden.
De kern van het geschil betrof de waardering en verrekening van een appartement in het buitenland, de financiering daarvan, een flexkrediet met gekoppelde levensverzekering, diverse bankrekeningen, spaarloonrekeningen en levensverzekeringspolissen. Partijen verschilden over de vraag welke activa en schulden in de verrekening moesten worden betrokken en hoe de vergoedingsvorderingen moesten worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde onder meer dat het appartement, ondanks gebruik als vakantiewoning, in de verrekening moest worden betrokken voor een deel naar rato van overgespaard inkomen dat erin was gestoken. Het flexkrediet was door de man alleen afgesloten en de vrouw moest hem daarvoor een vergoeding betalen, met aftrek van de waarde van levensverzekeringspolissen die uit dat krediet waren betaald. Diverse bankrekeningen en spaarloonrekeningen werden toegerekend aan de respectievelijke partijen en in de verrekening betrokken.
De rechtbank stelde de vergoedingsvorderingen nauwkeurig vast, wees het meer of anders verzochte af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking werd uitgesproken door vice-president Kruijer op 31 maart 2006.
Uitkomst: De rechtbank stelde de verrekening en vergoedingsvorderingen tussen partijen vast conform de huwelijkse voorwaarden en wees het meer of anders verzochte af.