ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ1386
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- W.C.E. Winfield
- J.H.G. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidievaststelling sociale werkvoorziening wegens onjuiste uitleg herindicatieregels
Eiser betwist het besluit van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de subsidie voor het jaar 2003 werd vastgesteld op een lager bedrag dan eerder verleend, vanwege niet tijdige herindicaties van werknemers binnen het werkvoorzieningsschap. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris bij de berekening van de termijnoverschrijdingen een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 8, derde lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, waardoor de subsidie ten onrechte te laag is vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat de verlenging van de indicatietermijn van rechtswege plaatsvindt indien tijdig een herindicatieadvies is aangevraagd, en dat het niet tijdig aanvragen hiervan voor rekening van eiser blijft. Daarnaast wordt geoordeeld dat het niet toepassen van maatregelen in voorgaande jaren onvoldoende grond geeft voor gerechtvaardigd vertrouwen dat dit ook in 2003 zou gelden. De rechtbank verwerpt ook de stelling dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid.
Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en gelast de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt de staat veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd met veroordeling tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.