ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ5621
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezamenlijke huishouding voor AOW-pensioen onterecht aangenomen
Eiser betwistte dat hij een gezamenlijke huishouding voert met mevrouw [inwonende], ondanks dat verweerder dit aannam op basis van een eerdere registratie en het onweerlegbare rechtsvermoeden uit artikel 1, vijfde lid van de AOW. Verweerder stelde dat vanwege het eerdere besluit en het feit dat zij op hetzelfde adres wonen, zonder nader onderzoek het zorgcriterium niet hoefde te worden getoetst.
De rechtbank overwoog dat het recht op toegang tot de rechter, zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro, betekent dat het onweerlegbare rechtsvermoeden niet van toepassing is als het onderliggende besluit niet met rechtsmiddel kan worden bestreden. Hierdoor kan eiser het bestaan van een gezamenlijke huishouding ten volle betwisten in bezwaar en beroep.
Omdat eiser dit heeft gedaan, had verweerder het zorgcriterium volledig moeten onderzoeken in plaats van het onweerlegbare rechtsvermoeden toe te passen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak bevestigt dat een onweerlegbaar vermoeden niet automatisch geldt wanneer het onderliggende besluit niet rechtsgeldig is vastgesteld of aanvechtbaar is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit dat eiser een gezamenlijke huishouding voert wordt vernietigd.